4.4 Ladders en trappen

Steigervloeren kun je bereiken via een ladder of trap. Voor grotere/hogere steigers treffen we ook wel speciale voorzieningen, zoals een trappenhuis of een personenlift. Per bedrijf kun je afspreken in welke situatie je welk type opgang toepast. Men moet streven naar:

  • tot 9 m hoogte: ingebouwde ladderopgang;
  • van 9 tot 15 meter hoogte: aangebouwde ladderopgang;
  • vanaf 15 meter hoogte een trappentoren;
  • vanaf 24 meter hoogte minimaal een trappentoren of een ladderopgang gecombineerd met een personenlift.

Een belangrijke afweging hierbij zijn economische en ergonomische aspecten. Daarbij kunnen behalve de klimhoogte ook andere factoren een rol spelen zoals de klimfrequentie (hoe vaak moet men omhoog en omlaag) en het aantal personen dat van de opgang gebruik moet maken. Tevens zal er bij de keuze rekening mee moeten worden gehouden dat de gecreëerde toegangen moeten kunnen dienen als vluchtweg. Wat de juiste vluchtweg is,zal moeten blijken uit een goede risico-inschatting. Figuur 4.4 toont schematisch de genoemde drie varianten.

Figuur 4.4 Voorbeeld van afspraken over klimvoorzieningen, afhankelijk van hoogte en werkzaamheden

4.4.1 Ladders en ladderopgangen

In steigers worden veelal stalen of aluminium ladders gebruikt, maar houten ladders zijn ook toegestaan.

Bij een ladderopstelling gelden de volgende regels:

  • geplaatst op een vaste ondergrond;
  • geborgd (aan de bovenzijde) tegen zijdelings wegglijden, bijvoorbeeld met een draaikoppeling aan ligger of korteling;
  • geplaatst onder de juiste helling (65° tot 75°). Ezelsbruggetje: ga met de neus van je schoenen tegen de ladderstijlen staan en strek je armen recht vooruit. Als je dan gemakkelijk een sport kunt vastpakken staat de ladder onder de juiste helling (zie figuur 4.4.1);
  • steekt minstens 1 m boven de te bereiken vloer uit; één van de ladderstijlen verlengen tot 1 m boven de vloer mag ook (stalen ladder) of een andere voorziening 1 m boven het uitstapniveau;
  • ladders buiten de steiger (om de onderste steigervloeren te bereiken) staan evenwijdig aan de steiger. Hiertoe laat je een korteling uitsteken waartegen de ladder rust en waaraan hij wordt bevestigd;
  • De toegang tot de steigervloer moet altijd zijn voorzien van hetzelfde beveiligingsniveau als de steiger zelf. Dit geldt onder meer ook voor een draaibare toegang tot de steiger, een zelfsluitend klaphekje ter plaatse van de ladder en een zogeheten safety bar die direct toegang geeft tot de werkvloer.  Ladderopgangen die niet direct toegang geven tot de werkvloer, zoals aparte ladderopgangen of interne ladders, hoeven niet altijd te zijn voorzien van hetzelfde beveiligingsniveau. Een trapgatbeveiliging is dan voldoende. De bovenste vloeropening en de vloeropeningen bij verspringende ladders moeten aan de ‘rugzijde’ worden voorzien van leuningwerk om te voorkomen dat er onbedoeld in de opening kan worden gestapt. Het is niet toegestaan om over het leuningwerk te klimmen wanneer men van de ladder komt;
  • als maximale klimhoogte (met één ladder) wordt 6 m geadviseerd. Een klimhoogte groter dan 6 m verhoogt het valgevaar aanzienlijk.

Ladderopgangen
Ladderopgangen kun je binnen of buiten de steiger aanbrengen. Inbouwen betekent verlies van vloerruimte en een ‘gevaarlijke’ opening in de werkvloer. Het is daarom verstandig om ladderopgangen te situeren daar waar geen bouw- of transportwerkzaamheden moeten worden verricht, bijvoorbeeld aan de kop van de steiger. Bouw je de ladderopgang buiten de steiger dan is er geen verlies van vloerruimte. Een ladderopening in een werkvloer of bordes mag niet groter zijn dan voor normaal gebruik noodzakelijk is. Plaats de ladders boven elkaar (zie figuur 4.4.1). Op deze manier beperk je het gevaar in de vloeropening te stappen. De bovenste vloeropening moet in de ‘rugzijde’  worden afgezet met leuningwerk om in de opening te stappen te voorkomen.

Figuur 4.4.1.1 Mogelijkheden ladderopgang
Figuur 4.4.1.2 Ladders boven elkaar
Figuur 4.4.1.3 Klaphekje
Figuur 4.4.1.4 Opstellingshoek ladder

4.4.2 Trappenhuizen

Een trappenhuis zorgt voor een veilige wijze van personentransport van de ene naar de andere werkvloer. De voordelen ten opzichte van een ladder zijn:

  • een trap is gemakkelijk te belopen, hij heeft brede treden (minstens 125 mm) en de trapbreedte is minstens 600 mm;
  • een trap heeft dubbel leuningwerk aan beide zijden;
  • bij beklimming van een trap heb je minstens één hand vrij;
  • de helling van een trap is zodanig dat je hem rechtop kunt beklimmen.

Het gaat meestal om prefab trappen. De treden kunnen van hout zijn: van ongeschaafd hout of van multiplex met een antisliplaag. Stalen treden zijn van plaatstaal dat, om uitglijden te voorkomen, is geperforeerd.

Er bestaan twee soorten trappenhuizen (zie figuur 4.4.2):

  • een trappenhuis met trappen boven elkaar en omloopbordessen, waarvoor ook de steigervloer zelf kan worden benut.
  • een trappenhuis met trappen naast elkaar, met bordessen aan de koppen van de trap.

Een trappenhuis kan zijn ingebouwd in de steiger, maar kan er ook buiten tegenaan zijn gesitueerd.

Systeemtrappen overbruggen doorgaans een hoogte van 2 m. Wanneer de werk- of verdiepingsvloeren meer of minder dan 2 m uit elkaar liggen maakt past men dat aan met bijvoorbeeld pijpen en koppelingen. Voor bijna elke trappenhuis heeft de leverancier en/of het montagebedrijf een oplossing. Er zijn ook trappen die een hoogte van 1 m overbruggen.

Inbouwtrappenhuis
Inbouwen van een trappenhuis in de steiger vraagt om minder vierkante meters, maar dit gaat ten koste van werk- en transportruimte op de werkvloer. Als het trappenhuis aan de kop van de steiger wordt gesitueerd, is een omloopvloer noodzakelijk.

Trappenhuis tegen de steiger aan
Trappenhuizen worden meestal tegen de steiger aan gesitueerd. Zo ontstaat een op zichzelf staand trappenhuis. Hierdoor kun je op elke slaghoogte/vloer van de trap stappen. Het trappenhuis staat dan meestal met de zijkant tegen de steiger. De werkvloer is dan in zijn geheel te benutten.
 

Figuur 4.4.2.1 Mogelijkheden trappentoren
Figuur 4.4.2.2 Trappen naast elkaar
Figuur 4.4.2.3 Trappen boven elkaar
Figuur 4.4.2.4 Trap met leuningwerk

4.4.3 Vluchtwegen

Als richtlijn geldt, indien niet door een RI&E kan worden aangetoond dat minder vluchtwegen ook toereikend zijn, een minimum van twee vluchtwegen bij een horizontale loopafstand van meer dan 30 meter.De horizontale en verticale loopafstand samen mogen niet meer bedragen dan 54 meter. In geval van bijvoorbeeld een tank met een diameter van 20 meter en 24 meter hoog moet in twee vluchtwegen voorzien worden.

Trappenhuizen functioneren ook wel als vluchtweg voor het personeel op de bouw, bijvoorbeeld bij dakbedekkingswerkzaamheden. Of als vluchtweg voor derden, bijvoorbeeld voor het personeel van een bedrijf dat in het betreffende object werkt. Het komt ook voor dat een trappenhuis wordt gebouwd voor een locatie waar veel mensen naar een bepaalde hoogte moeten. Bij de laatste twee categorieën trappenhuizen kunnen ten aanzien van veiligheid en sterkte aanvullende eisen worden gesteld, bijvoorbeeld door Bouw- en Woningtoezicht en/of de Brandweer. Het toepassen van het aantal vluchtwegen zal moeten blijken uit een RI&E. Een ladder kan dienen als vluchtweg maar de voorkeur gaat er naar uit om minimaal één vluchtweg te creëren d.m.v. een trappenhuis.

De vluchtwegen dienen gemarkeerd te zijn indien deze niet herkenbaar zijn of niet meer zichtbaar zijn bij het uitvallen van de verlichting.

Een initiatief van

VSB Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven
www. www.vsb-online.nl

Bouwend Nederland
www.bouwendnederland.nl

Printversie

Geïnteresseerd in een geprinte versie? Bekijk de informatie en bestel uw geprinte versie via ons online bestelformulier. 

Disclaimer

Bij de samenstelling van deze uitgave is door de Commissie Richtlijn Steigers en de instellingen en bedrijven die daaraan hebben meegewerkt, een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht. Door de Commissie en meewerkende derden wordt echter geen aansprakelijkheid aanvaard indien gegevens uit deze uitgave niet mochten leiden tot het bedoelde resultaat of aanleiding mochten geven tot enigerlei schade.
U bevindt zich hier: Home Inhoud Richtlijn 4. Uitvoering van de steiger 4.4 Ladders en trappen